De Rijksdienst voor het Wegverkeer controleert die verzekeringsplicht. Voor een onverzekerde personenauto ligt de RDW-boete op dit moment op € 500. Dat is de administratieve boete; wie daarnaast onverzekerd de weg op gaat en schade veroorzaakt, blijft zelf financieel aan de lat staan voor de gevolgen.
WA is niet hetzelfde als een particuliere aansprakelijkheidsverzekering. De WA-autoverzekering dekt schade die met het motorrijtuig aan anderen wordt toegebracht. Je eigen auto valt daar niet onder. De wettelijke minimumdekking ligt volgens het actuele besluit op € 6.450.000 voor letselschade en € 1.300.000 voor zaakschade per gebeurtenis. Veel verzekeraars bieden daarboven ruimere maxima, maar die minima zijn de juridische ondergrens.
| Situatie | Wat geldt |
|---|---|
| Auto staat op jouw naam | Minimaal WA verplicht. |
| Je gebruikt een auto langdurig maar bent niet de eigenaar | Ook dan kan WA-verzekering verplicht zijn. |
| Auto wordt maandenlang niet gebruikt | Alleen na kentekenschorsing vervalt de verzekeringsplicht. |
| Onverzekerd voertuig | RDW-boete voor personenauto: € 500. |
Er zijn in de praktijk drie basisdekkingen. WA vergoedt alleen schade aan anderen. WA+ of beperkt casco voegt daar schades aan je eigen auto aan toe die buiten jouw directe invloed vallen, zoals brand, diefstal, storm, ruitschade en botsingen met loslopende dieren. Allrisk of volledig casco dekt daarnaast ook schade aan je eigen auto door een aanrijding of botsing die je zelf veroorzaakt, plus meestal vandalisme.
| Dekking | Vergoedt wel | Vergoedt niet | Praktisch logisch bij |
|---|---|---|---|
| WA | Schade aan anderen en hun spullen. | Schade aan je eigen auto, diefstal, ruitschade, stormschade. | Vaak bij auto’s ouder dan 10 jaar of met lage dagwaarde. |
| WA+ beperkt casco | Alles van WA plus onder meer brand, storm, hagel, diefstal, inbraak, ruitschade en botsing met loslopende dieren. | Schade aan je eigen auto door een aanrijding die je zelf veroorzaakt. | Vaak bij auto’s van ongeveer 5 of 6 tot 10 jaar. |
| Allrisk volledig casco | Alles van WA+ plus schade aan je eigen auto door eigen schuld, aanrijding, botsing en vaak vandalisme. | Uitsluitingen blijven bestaan, zoals opzet, alcohol of rijden zonder rijbewijs. | Vaak bij nieuwe auto’s en auto’s tot ongeveer 5 of 6 jaar, of bij oudere auto’s met hoge dagwaarde. |
De bekende leeftijdsregel is bruikbaar als startpunt, maar niet als automatische beslissing. Een goedkope twaalf jaar oude stadsauto met lage dagwaarde hoeft zelden meer dan WA. Een zeven jaar oude auto met hoge dagwaarde of dure onderdelen kan juist nog steeds allrisk vragen. Dat geldt extra snel bij elektrische auto’s, omdat actuele vergelijkingscontent expliciet wijst op hogere premies door hogere reparatiekosten van de accu.
De verkeerde dekking valt meestal op in drie situaties. WA is een slechte keuze als je de auto niet direct kunt vervangen na total loss. WA+ is een slechte keuze als één eigen schuldschade meteen een financieel gat slaat dat groter is dan meerdere jaren premiebesparing. Allrisk is juist te duur als de extra premie over twee of drie jaar de dagwaarde bijna opsoupeert. De afweging hoort daarom niet alleen over leeftijd te gaan, maar over dagwaarde, vervangingsbudget en jouw vermogen om schade zelf te dragen.
De premie schommelt niet een beetje, maar extreem. In een actuele vergelijking van april 2026 lag voor een Volkswagen Polo 1.2 uit januari 2015, bestuurder 50 jaar, Hilversum, 12.000 kilometer per jaar en 5 schadevrije jaren de goedkoopste voorbeeldpremie op € 29,93 voor WA, € 37,31 voor WA+ en € 49,99 voor allrisk. In een andere actuele vergelijking voor een Kia Rio 1.2 uit 2014, bestuurder 54 jaar, Amersfoort, 10.000 kilometer per jaar en 5 schadevrije jaren liepen allrisk-voorbeelden van € 49,94 tot € 64,19, met verschillen in eigen risico tussen € 0 en € 150.
Leeftijd en schadevrije jaren trekken de premie nog harder uit elkaar dan de dekking. In een actuele marktvergelijking van april 2026 liep de laagste premie voor een standaardprofiel van € 31,75 per maand voor een 65-plusser op tot € 152,87 per maand voor een 18-jarige zonder schadevrije jaren. Dat is geen detailverschil maar meer dan een factor vier.
| Voorbeeldprofiel | Wat in actuele vergelijkers zichtbaar was |
|---|---|
| VW Polo 1.2, bouwjaar 2015, bestuurder 50 jaar, Hilversum, 12.000 km, 5 schadevrije jaren | Goedkoopste voorbeelden op 2 april 2026: WA € 29,93, WA+ € 37,31, allrisk € 49,99. |
| Kia Rio 1.2, bouwjaar 2014, bestuurder 54 jaar, Amersfoort, 10.000 km, 5 schadevrije jaren | Actuele allrisk-voorbeelden: € 49,94 tot € 64,19, afhankelijk van aanbieder en eigen risico. |
| Zelfde standaardprofiel, maar bestuurder 18 jaar zonder schadevrije jaren | Voorbeeldpremie: € 152,87 per maand. 65-plusprofiel in dezelfde bron: € 31,75. |
Verzekeraars kijken in de prijsvorming onder meer naar postcode, leeftijd, schadevrije jaren, jaarkilometrage en type auto. In actuele vergelijkingspagina’s staat dat een bestuurder in een drukke stad meer betaalt dan iemand in een kleine plaats, dat weinig schadevrije jaren de premie verhogen, en dat duurdere of krachtigere auto’s duurder uitvallen. Bij de aanvraag worden vervolgens kenteken, postcode, geboortedatum en schadevrije jaren gevraagd, waarna aanvullende vragen volgen om te toetsen of je binnen de acceptatierichtlijnen valt.
Een lage premie is daardoor nooit op zichzelf de goede keuze. In dezelfde actuele ranglijsten zie je bij WA+ en allrisk tegelijk maandpremies met € 0, € 135, € 150 en € 250 eigen risico. Een polis van een paar euro goedkoper is dus niet automatisch goedkoper na de eerste schade.
Schadevrije jaren zijn de jaren waarin je een autoverzekering op je naam hebt en geen claim indient die voor eigen rekening van de verzekeraar komt. Ze worden centraal gedeeld via Roy-data. Volgens EPS Consument gebruikt de markt Roy-data om bij overstappen het aantal schadevrije jaren automatisch over te nemen. Het nieuwe systeem van het Verbond van Verzekeraars rekent bovendien in maanden, zodat opgebouwde maanden bij overstappen niet meer verloren gaan.
De terugval bij een schuldschade is hard. Actuele bronnen van verzekeraars en vergelijkers noemen dezelfde hoofdregel: één schade die voor jouw rekening komt kost meestal 5 schadevrije jaren. Je kunt niet verder zakken dan -5. Heb je 15 of meer schadevrije jaren, dan val je na één schuldschade terug naar 10. Dat is precies waarom kleine schades soms beter uit eigen zak betaald worden.
| Gebeurtenis | Gevolg voor schadevrije jaren |
|---|---|
| Verzekeringsjaar zonder claim | Meestal +1 schadevrij jaar. |
| Één schuldschade | Meestal -5 schadevrije jaren. |
| Veel opgebouwde jaren, 15 of meer | Na één schade terug naar 10. |
| Tegenpartij volledig aansprakelijk | Je schadevrije jaren blijven normaal gelijk. |
De geldigheid van oude schadevrije jaren is geen uniforme wettelijke regel. Één grote verzekeraar hanteert 3 jaar, een andere 4 jaar, en marktvergelijkingen laten ook 5 jaar bij sommige partijen zien. Negatieve schadevrije jaren drukken vaak langer door; er zijn actuele marktbronnen die daarvoor meestal 5 jaar noemen. Wie een tijd geen auto heeft, moet dus vooraf controleren hoe lang de nieuwe verzekeraar oude jaren accepteert.
Dat onderscheid wordt vaak verkeerd begrepen. Een no-claimbeschermer voorkomt bij dezelfde verzekeraar dat je premie direct stijgt na één schuldschade, maar je schadevrije jaren dalen wel degelijk. Zodra je overstapt, kijkt de nieuwe verzekeraar naar de lagere schadevrije jaren en niet naar de kunstmatig beschermde korting. Actuele productuitleg noemt dat expliciet.
Het concrete rekenvoorbeeld uit een actuele marktbron maakt dat scherp. Bij een basispremie van € 100 en 3 schadevrije jaren bleef de maandpremie met no-claimbeschermer na een schade € 35, terwijl die zonder beschermer naar € 65 ging. Maar bij overstappen naar een andere verzekeraar met basispremie € 70 kwam de premie door de lagere schadevrije jaren alsnog op € 49 uit. De korte termijn voelt gunstig; de lange termijn maakt overstappen duurder. Dezelfde bron noemt ongeveer € 5 per maand als gangbare meerprijs.
Bij actuele aanbiedingen zie je voor vergelijkbare profielen standaard eigen risico’s van € 0, € 135, € 150 en € 250. Een verzekeringskaart van een allriskpolis noemt € 150 standaard eigen risico per claim bij schade aan de eigen auto en bij ruitvervanging, met de optie om hoger of lager te kiezen. Een andere actuele productkaart laat zien hoe groot het verschil met netwerkherstel kan zijn: geen eigen risico bij ruitreparatie via het aangesloten netwerk, maar buiten het netwerk € 150 bij ruitreparatie en zelfs € 400 extra bovenop het gekozen eigen risico bij ruitvervanging of andere schade.
Wie elk jaar op prijs overstapt maar het eigen risico negeert, koopt vaak een schijnvoordeel. Bij veel kilometergebruik, weinig spaargeld of een auto die je dagelijks nodig hebt, weegt een hoger eigen risico zwaarder dan een paar euro premiewinst. Bij iemand met een ruime buffer en lage kans op claim kan een hoger eigen risico juist rationeel zijn. De uitkomst zit dus niet in “laag risico” of “hoog risico”, maar in de vraag of jij € 150, € 250 of meer op ieder schademoment direct kunt dragen.
De basisdekking lost lang niet alles op. Een inzittendenverzekering is aanvullend en dekt juist letselschade van bestuurder en passagiers en vaak ook bagage of andere particuliere spullen. Een standaard autoverzekering doet dat niet automatisch. Voor pechhulp geldt hetzelfde: pech is geen schadegebeurtenis in verzekeringszin en moet apart worden verzekerd als je hulp bij lege accu, oververhitte motor of verkeerde brandstof wilt.
Rechtsbijstand verkeer is zinvol als jouw inkomen of mobiliteit direct geraakt wordt door een aansprakelijkheidsdiscussie. Pechhulp is vooral functioneel als je geen apart mobiliteitsabonnement hebt. Een inzittendenverzekering is praktisch bijna altijd verdedigbaar zodra je regelmatig passagiers vervoert, omdat letselschade en inkomensschade bij een ongeval veel groter kunnen zijn dan de blikschade waar mensen meestal op focussen. Actuele productkaarten noemen voor sommige inzittendekkingen overigens maxima van € 1.000.000.
Bij nieuwe auto’s is de gewone dagwaarde-uitkering vaak teleurstellend zodra de auto de showroom uit is. Daarom zijn nieuwwaarderegeling en aanschafwaarderegeling belangrijker dan veel prijsvergelijkingen laten zien. In actuele productinformatie staat dat de nieuwwaarderegeling bij WA+ of allrisk voor het eerste jaar standaard kan zijn inbegrepen en soms tegen extra premie tot 3 jaar kan worden verlengd. Voor tweedehands auto’s bestaat op sommige polissen een aanschafwaarderegeling tot 3 jaar. Bij total loss of diefstal maakt dat duizenden euro’s verschil.
Ook accessoires zijn een stille valkuil. Een actuele allriskpagina noemt standaard meeverzekering van accessoires tot € 3.000. Dat is ruim genoeg voor een trekhaak, navigatie en een set velgen, maar niet voor een fors audiosysteem, dakkoffer plus elektrische fietsendrager, of maatwerkaccessoires bij een duurdere auto. Boven dat bedrag moet je dus niet aannemen dat alles automatisch gedekt is.
Bij dure auto’s kunnen bovendien beveiligingseisen gaan spelen. Een actuele verzekeringskaart noemt als concreet voorbeeld dat pas boven € 85.000 aanvullende beveiligingseisen gelden. Een andere actuele aanbieder noemt een alarmsysteem niet standaard verplicht, maar koppelt de uitkomst van diefstalschade wel aan de beveiligingssituatie en het eigen risico. Beveiliging is dus geen universele regel; het is een polisvoorwaarde die je vooraf moet checken als de auto kostbaar of diefstalgevoelig is.
De terugkerende uitsluitingen zijn concreet en hard: opzet, rijden zonder geldig rijbewijs, rijden onder invloed van alcohol of drugs, wedstrijden of circuitgebruik, verhuur en vervoer tegen betaling, en in veel productkaarten ook slijtage, slecht onderhoud en waardevermindering. Dat geldt niet alleen voor WA, maar ook voor allrisk. Wie denkt dat allrisk “alles” dekt, leest de productnaam en niet de voorwaarden.
Bij een WA-schade aan een derde kan de situatie nog pijnlijker zijn. In meerdere actuele verzekeringskaarten staat dat de verzekeraar de schade van de benadeelde partij wel kan uitbetalen, maar het uitgekeerde bedrag daarna op jou verhaalt als de uitsluiting komt door alcohol, drugs, rijden zonder rijbewijs of vervoer tegen betaling. De tegenpartij wordt dus beschermd; jij niet.
Zakelijk of betaald gebruik is een onderschatte uitsluiting. Actuele broninformatie noemt taxi, koerierswerk, goederenvervoer, verhuur en lease aan derden als situaties waarin een standaard particuliere polis geen dekking hoeft te bieden. Wie één of twee dagen per week met een particuliere auto betaald bezorgt, zit dus niet in een grijs gebied maar in een concreet polisrisico.
Volgens Stichting CIS hebben verzekeraars geen acceptatieplicht voor een autoverzekering. Alleen in de zorgverzekering bestaat zo’n algemene acceptatieplicht voor de basisverzekering. Bij autoverzekeringen mag de verzekeraar dus zelf beslissen wie wel en niet als klant wordt aangenomen.
Dat zie je terug in de praktijk. Actuele bronnen noemen negatieve schadevrije jaren, eerdere wanbetaling of andere registraties, een afwijkend gebruiksdoel en onjuiste aanvraaginformatie als punten die acceptatie moeilijker maken. Voor negatieve schadevrije jaren geldt bovendien dat niet elke verzekeraar ze accepteert; één grote verzekeraar zegt expliciet per situatie te beoordelen en waarschuwt om nooit eerst de oude polis op te zeggen voordat de nieuwe acceptatie rond is.
De regelmatige bestuurder is daarbij een onderschat controlepunt. Actuele marktinformatie zegt dat een 18-jarige de auto niet op naam van de ouders mag verzekeren als hij of zij de vaste bestuurder is. Een actuele verzekeringskaart gaat nog verder en noemt schade door een andere regelmatige bestuurder expliciet niet verzekerd. Op een andere actuele productkaart staat dat een niet gemelde andere regelmatige bestuurder tot geen of lagere schadevergoeding kan leiden. Dit is dus geen administratief detail maar een mogelijke afwijs- of claimreden.
Een gewone autoverzekering is geen krediet. Stichting BKR registreert kredieten, betalingsachterstanden en schuldhulp, en noemt private lease expliciet als aparte categorie die door aangesloten aanbieders wordt geregistreerd. De logische conclusie is daarom dat een normale autoverzekering zelf meestal geen BKR-registratie oplevert, terwijl private lease wel degelijk invloed kan hebben op je kredietruimte.
BPM heeft ook niets met je autoverzekering te maken. BPM is de eenmalige belasting bij registratie of import van het voertuig. Koop je een nieuwe auto in Nederland, dan zit die belasting in de verkoopprijs en draagt het autobedrijf die af. Dat is dus geen onderdeel van de polis, dekking of schadelast van je autoverzekering, maar van de aanschaf of import van de auto.
Voor de premie zelf geldt iets anders: verzekeringen zijn in Nederland meestal vrijgesteld van btw, maar op schadeverzekeringen betaal je wél assurantiebelasting. Volgens de Belastingdienst is die assurantiebelasting 21% van de verzekeringspremie en van eventuele afzonderlijk berekende diensten die samenhangen met de verzekering. “Er zit btw op mijn autoverzekering” is dus feitelijk onjuist; het gaat om assurantiebelasting, niet om aftrekbare btw.
Voor ondernemers is het onderscheid tussen privéauto en auto van de zaak doorslaggevend. Gebruik je je privéauto zakelijk, dan mag je voor de inkomstenbelasting € 0,23 per zakelijke kilometer aftrekken van de winst. De Belastingdienst zegt er meteen bij dat je dan kosten zoals brandstof, parkeren en verzekering niet nog eens afzonderlijk van de winst mag aftrekken. Voor de omzetbelasting geldt dat verzekeringen vrijgesteld zijn van btw, dus de premie levert geen aftrekbare btw op.
Sinds 1 juli 2021 geldt in Nederland de regeling Directe Schadeafhandeling voor particuliere klanten bij materiële schade aan de personenauto na een botsing met een ander motorrijtuig, als de bestuurder van dat andere voertuig geheel of gedeeltelijk aansprakelijk is. In dat geval wend je je voor de schade aan je eigen auto tot je eigen verzekeraar. Dat is een dienstverleningsregeling; het product WA is daardoor inhoudelijk niet veranderd.
Die regeling geldt niet onbeperkt. Volgens de branchevoorwaarden moet het gaan om een botsing met een ander motorrijtuig, Nederlandse kentekens en aansprakelijkheid aan de andere kant voor het deel dat wordt uitgekeerd. Bij ingewikkelde situaties, meerdere voertuigen, fraude, rijden zonder rijbewijs of alcohol- en drugsgebruik gelden andere routes of vervalt de regeling.
Bij kleine schades is claimen lang niet altijd slim. Verzekeraars wijzen er zelf op dat een gedekte schade je schadevrije jaren kost en de premie verhoogt, en dat zelf betalen bij een laag bedrag daardoor voordeliger kan zijn. Dat is precies de reden om vóór het claimen niet alleen naar het schadebedrag te kijken, maar naar de totale meerprijs over de komende jaren.
Bij total loss krijg je niet automatisch “de auto vergoed”, maar de waarde waarop jouw polis recht geeft. Voor een nieuwe auto is dat soms de nieuwwaarde gedurende het eerste jaar, met verlenging tot 3 jaar als optie. Voor een jonge occasion kan een aanschafwaarderegeling tot 3 jaar gelden. Voor oudere auto’s blijft meestal de vervangingswaarde over. De keuze tussen allrisk en WA+ zonder waarderegeling is daarom soms minder belangrijk dan de vraag welke waarderegeling in de polis zit.
Wie online een autoverzekering afsluit, heeft als consument in beginsel 14 dagen bedenktijd. ACM ConsuWijzer noemt voor diensten een bedenktijd van 14 dagen na het sluiten van het contract. Een actuele autoverzekeringspagina bevestigt dat concreet voor de autoverzekering.
Dagelijks opzegbaar klinkt eenvoudiger dan het in de praktijk is. Er zijn aanbieders die dagelijkse opzegging toestaan, maar het verlagen van de dekking kan alsnog pas aan het einde van de contractperiode. Ook bij overstappen moet je opletten: een actuele vergelijkingspagina zegt uitdrukkelijk dat de oude autoverzekering niet automatisch wordt opgezegd nadat je een nieuwe hebt afgesloten. Dat moet je dus zelf regelen.
Een 19-jarige rijdt dagelijks in een auto die formeel op naam van een ouder staat omdat de premie lager is. Dat lijkt een besparing, maar actuele bronnen zijn daar duidelijk over: als de jongere de regelmatige bestuurder is, moet de verzekering op die persoon worden afgestemd. Een actuele verzekeringskaart noemt schade door een andere regelmatige bestuurder zelfs niet verzekerd. De “besparing” is dan geen voordeel maar een claimrisico. Bovendien bouwt de jonge bestuurder zonder correcte registratie geen eigen schadevrije jaren op.
Een zeven jaar oude auto wordt vaak automatisch naar WA+ geschoven. Dat is te simpel. Bij een relatief dure auto, een elektrische auto of een model met hoge herstelkosten kan één eigen schuldschade al direct veel duurder zijn dan jaren extra premie. Actuele bronnen zeggen daarom dat allrisk ook bij oudere auto’s logisch kan blijven als de dagwaarde nog hoog is of als je geen reserve hebt om de auto bij total loss direct te vervangen.
De beste autoverzekering is daardoor niet de laagste premie en ook niet automatisch de hoogste dekking. De beste polis is de polis waarvan de basisdekking klopt, de waarderegeling past bij de auto, het eigen risico betaalbaar is, het gebruik exact is opgegeven, en de uitsluitingen geen gat slaan in de situatie die jij werkelijk hebt.